Wereldbrood, Vriendschapsbrood

‘De persoon met wie je samen een brood deelt wordt nooit je vijand.

Lesbeschrijving
In het ruime leslokaal van de Stadsboerderij Osdorp bakken leerlingen twee verschillende broden uit de wereldcultuur.
Ze leren over de eigenschap van tarwe, hakken en stapelen houtjes voor een vuurtje in de leemoven.
Ter afsluiting deelt elke leerling het eigen vriendschapsbroodje met een klasgenootje. Zoiets simpels als een zelfgemaakt brood delen kan heel bijzonder zijn.

30 min. Start: De les start met een kort kringgesprek. Daarin gaat het filosoferen samen met het ervaren. Terwijl graankorrels gevijzeld worden, geproeft en bekeken bepraten we het verschil van het brood (kant en klaar) kopen versus het zelf bakken van brood. Ook denken we na wat redenen kunnen zijn dat er door mensen veel brood wordt verspild/weggegooid. Leerlingen vertellen over de rol van brood in hun eigen dagelijks leven en cultuur. Bijvoorbeeld eten ze witbrood of bruinbrood, platbrood of gerezen, eten ze brood bij het avondeten en gebruiken ze brood als een manier om eten te ‘pakken’. Eten ze samen, alleen, lopend op straat…We kijken naar afbeedlingen van broden uit diverse culturen: roti, tortilla, matze, turkse pizza, paasbrood etc.

 60 min. Aan de slag: leerlingen kneden een deeg. Ze leren de motoriek: snelheid maken, ritme en trucjes om het deeg niet aan je vingers geplakt te krijgen.

Leerlingen zien het proces van rijzen en transformatie naar het bakken. Leerlingen verwerken diverse zaden en kruiden in hun eigen broodje. Terwijl de broodjes in de oven staan, hakken leerlingen hout voor een vuurtje in de leemoven op de Stadsboerderij Osdorp. Ook bakken, delen en proeven ze een (ongerezen) platbrood uit het Midden Oosten.

30 min. Afsluiting: Leerlingen delen hun broodje met een andere leerling. Ze ontdekken dat je vriendschap kan sluiten als je voedsel deelt. Ook merken ze dat als je zelf iets maakt met al je aandacht dat je dat minder snel zal weggooien. Ze krijgen een recept voor wentelteefjes gemaakt van oud brood en een gevuld platbrood.

Werkvormen en ervaringsgericht leren
Start is: onderzoeken met alle zintuigen: kijken, ruiken,  vijzelen, proeven. In het gesprek is er ruimte voor de eigen cultuur van het kind. Er worden diverse aspecten van brood in beeld gebracht als ondersteuning van het gesprek. Een moment van verwondering, goed waarnemen en proeven.
Aan de slag: leerlingen gaan vooral zelf aan de slag. Door individueel een gerezen brood te bakken (en in groepjes een platbrood) krijgen leerlingen bovendien dit bijzondere samenspel van natuur (graan, lucht, water, gist en zout) in de vingers. Door zelf te kiezen welke zaden en kruiden ze gebruiken geven ze een eigen twist aan hun brood. Daarmee is er ruimte voor hun eigen keuze. Tijdens dit actieve deel wordt gereageerd op de houding en vragen van leerlingen. Er is in het gesprek geen goed of fout maar ruimte voor expressie van eigen gedachtes.
Afsluiting:  tijdens de afronding is er ruimte voor het fijn samenzijn en te ervaren dat voedsel delen kan verbroederen. Er ontstaat een gevoel van zorg voor jezelf  en je omgeving. Er is kennis over en besef dat iets eenvoudigs, als een brood bakken en delen, van grote waarde kan zijn.   

Voorbereiding op school
Vooraf krijgen docenten toegang tot een pinterest bord van de Smaak te Pakken. Daarop zien ze allerlei beelden over platte broden uit de wereld.  Ze kunnen dit samen met leerlingen bekijken. Verder zijn er diverse pdf’s met verhalen en lessuggesties waaruit ze kunnen kiezen.   Pdf: 1) een vuurmythe over de oorsprong van het vuur. 2) een introductie tekst van Smaak te Pakken en een teken en/of schrijfopdracht over brood.  3) de tekst; ‘Platte broden uit de wereld’, met enkele vragen over welk brood ze thuis eten en welke betekenis brood heeft. 4) de tekst; ‘Brood in de oude Egyptische cultuur’ 5) de beschrijving van het bakken van mini broodjes 6) de beschrijving van het maken van een eigen mini-vuurplaats. Na afloop van de les krijgt de docent een extra recepten mee om in de klas te maken of mee naar huis te nemen.

Rol van de leerkracht
Het is handig als een leerkracht weet hoe pinterest werkt en een uitnodiging van de Smaak te Pakken-pinterest bord kan accepteren.

Zijn er verder nog specifieke zaken die een leerkracht zou moeten weten of voorbereiden?

Welke ontwikkelingsgebieden worden aangesproken tijdens de activiteit?

 

Lesdoelen

1. Sociaal-emotionele ontwikkeling
·       Zich verwonderen over alles wat groeit en bloeit aan voedsel in de natuur.

·       Bewust proeven van voedingsmiddelen, kennis maken met andere smaken, verwonderen over nieuwe smaken en ontdekken dat smaak zich kan ontwikkelen.

·       Plezier beleven aan samen voedsel bereiden en samen eten met anderen.

·       Respect voor diversiteit in eetgewoonten  en gebruiken

·       Gastvrijheid

·       Genieten van eten.

2. Kennis en vaardigheden

Thema Voeding en gezondheid
2.3 Voeding en lichaamsgewicht

·       Bewustzijn van eigen eetpatroon wat betreft zoete, zoute, vette en grote snacks

·       Inzicht in basisprincipes van gezonde voeding: vers, onbewerkt, ongeraffineerd. Weglaten van belastend voedsel. Bewustzijn van het belang van het eten van groenten.

Thema Voedselkwaliteit
2.6   Herkomst en groei van voedsel

·       Leren waar voedsel vandaan komt: planten of dieren, van de boerderij of uit de fabriek.

·       Koppeling maken met vormen van belevend leren waar de groei van planten die voedsel geven in hun natuurlijke omgeving groeien, bv. in de schooltuin, stadslandbouw en de Hortus.

2.7   Herkomst en bewerking van voedsel

·       Leren waarom voedsel wordt bewerkt en dat er verschillende soorten bewerking zijn.

·       Leren over  smaakversterkers zoals zout en suiker en conserveren.

Kerndoelen

Lessen van De Smaak te Pakken sluiten aan bij de volgende kerndoelen uit het leergebied ‘Oriëntatie op jezelf en de wereld’ (Ministerie van OCW, 2006):

1 De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.

34 De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen.

35 De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht en als consument.

37 De leerlingen leren zich gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen.

39 De leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.

40 De leerlingen leren in de eigen omgeving veel voorkomende planten en dieren onderscheiden en benoemen en leren hoe ze functioneren in hun leefomgeving.

41 De leerlingen leren over de bouw van planten, dieren en mensen en over de vorm en functie van hun onderdelen.

49 De leerlingen leren over de mondiale ruimtelijke spreiding van bevolkingsconcentraties en godsdiensten, van klimaten, energiebronnen en van natuurlandschappen zoals vulkanen, woestijnen, tropische regenwouden, hooggebergten en rivieren.

52 De leerlingen leren over kenmerkende aspecten van het tijdvak: jagers en boeren.